Evaluatieonderzoek van het onderwijsvoorrangsbeleid (OVB)
OnderzoekIn september 1991 ging het onderwijsvoorrangsbeleid (OVB) voor migranten van start. Zowat acht jaar later kregen het HIVA (KU Leuven) en het Steunpunt Intercultureel Onderwijs (Universiteit Gent) de opdracht een evaluatie te maken van dit beleid. Centraal stond de vraag in welke mate het OVB geleid heeft tot inhoudelijke vernieuwing bij de betrokken scholen en wat de effecten ervan waren bij de leerlingen. Het Steunpunt Intercultureel Onderwijs onderzocht in welke mate de principes en werkvelden van het onderwijsvoorrangsbeleid geïntegreerd zijn in het handelen van leerkrachten en doorgedrongen zijn in het schoolbeleid. Klasobservaties (telkens 4 halve dagen per klas) werden aangevuld met semi-gestructureerde interviews met reguliere leerkrachten en OV-krachten. De observaties en interviews vonden plaats in 20 lagere scholen die sinds ’91 OVB-ondersteuning krijgen, telkens met een focus op het 4e en 5e leerjaar. Aangezien de overheid geen vastomlijnde criteria oplegt voor de verschillende werkvelden, ontwikkelde de onderzoekster eigen indicatoren voor een ‘goede’ of ‘slechte’ praktijk op basis van adviezen van de VLOR en de invullingen van de drie steunpunten die het OVB-beleid ondersteunden. Het HIVA onderzocht in welke mate de onderwijsachterstand van OV-leerlingen is afgenomen en de mate waarin een eventuele afname toe te schrijven valt aan het OV-beleid. Die uitgangsvraag werd geoperationaliseerd door de vordering op verschillende toetsen lezen en rekenen van OV- en niet OV-leerlingen in het 4e en een jaar later in het 5e leerjaar met elkaar te vergelijken. Uit de geobserveerde lespraktijk in 20 scholen blijkt dat taalvaardigheidsonderwijs (TVO) het best geïmplementeerd is. Leerkrachten beschouwen TVO ook als de belangrijkste pijler binnen het onderwijsvoorrangsbeleid. De individuele werkvelden worden binnen de geobserveerde scholen niet in dezelfde mate geïmplementeerd. Een grote aandacht voor één werkveld brengt niet automatisch een even grote aandacht voor de andere werkvelden met zich mee. De communicatiedoorstroming van OV-leerkrachten naar reguliere leerkrachten over de achterliggende principes waarop de verschillende werkvelden gestoeld zijn loopt niet optimaal. Langs de ene kant wordt te weinig systematisch informatie doorgegeven. Aan de andere kant ziet de helft van de OV leerkrachten hun rol als begeleider van leerkrachten ondergeschikt aan hun remediërende rol t.a.v. de leerlingen. Zowel OV leerkrachten als reguliere leerkrachten geven aan minder nood te hebben aan algemene theoretische uitgangspunten, en meer aan praktisch uitvoerbare richtlijnen. Onderzoeksrapporten / publicaties
Hillewaere, K. (2001), Evaluatieonderzoek van het onderwijsbeleid ten aanzien van etnische minderheden in het lager onderwijs, OBPWO 99.15 deelrapport: implementatie-onderzoek. Universiteit Gent, Steunpunt ICO, 170 p. |
Onderzoeker(s):
Ellen Schryvers (HIVA – luik “effecten van het OV-beleid”) Opdrachtgever(s):Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap, departement onderwijs, OBPWO 99.15 PeriodeSchooljaar 1999-2000 / Schooljaar 2000-2001 |
