Login     



Jongeren Beginbeeld Instrument

Inhoud en opzet

Steunpunt Diversiteit & Leren werkte, als een van de drie centra die deel uitmaakten van SGOK, mee aan het JBI.
 

  • Op welke manier kan je je leerlingen bij het begin van het eerste jaar secundair onderwijs in kaart brengen?
  • Met welke competenties hou je daarbij rekening?
  • Wat doe je met de resultaten van deze screening?

Het Steunpunt GOK biedt een antwoord op deze vragen door middel van een breed beginbeeldinstrument voor het eerste jaar secundair onderwijs. 

Doel

Dit instrument maakt een degelijke en diepgaande screening mogelijk van leerlingen aan het begin van het eerste jaar secundair onderwijs m.b.t. kritische factoren voor schoolsucces (o.a. taalvaardigheid, logisch-abstract denken, technologie, vakoverschrijdende competenties en diversiteit en betrokkenheid).
Aan de bevindingen en resultaten van dit instrument zullen tevens gerichte acties worden gekoppeld, zoals adviezen en concrete voorbeelden van ondersteuning en begeleiding op maat van de leerling en het opzetten van communicatie tussen de school en haar leerlingen en tussen de school en de ouders.

Opbouw

Het JBI bestaat uit twee delen, een deel voor de leerlingen en een deel bestemd voor leerkrachten. De instap is een talentenboekje waarin men de leerlingen vraagt naar hun sterktes en zwaktes, hun voorkeuren, hun zelfbeeld en hun betrokkenheid binnen en buiten de school. De jongeren komen zelf aan het woord en kunnen met het boekje ook effectief hun talenten tonen.

Het tweede deel  screent door middel van vakoverschrijdende integrale groepsopdrachten en assessmentsituaties belangrijke competenties voor identiteitsontwikkeling en voor schoolsucces.  Logisch-abstract denken, taalvaardigheid, technologie, praktische vaardigheid, creativiteit en andere sleutelcompetenties worden geïntegreerd en getest op een manier die sterk aansluit bij de wereld van de jongeren.

Uit de praktijk

Uit hun ervaringen bleek dat je met dit instrument niet alleen een beter beeld krijgt van de leerlingen die zich in september in het eerste jaar aanbieden, maar ook dat het JBI een frisse wind door de scholen kan doen waaien.
Geen geïsoleerde aanpak, maar oog voor consequenties
Het JBI werd na een test- en optimaliseringsfase voorgelegd aan een resonansgroep. Uit geanimeerde gesprekken bleek dat directies en lerarenteams het instrument graag willen implementeren, niet op een geïsoleerde manier, maar wel in combinatie met andere bevragingen, met het rapport van het basisonderwijs en met elementen uit het zorgbeleid. De scholen hadden oog voor de consequenties: het aanbod in de eerste graad, de schoolloopbaan van de leerling, de begeleiding en de ondersteuning van leerlingen zouden gedifferentieerder moeten worden en een antwoord moeten bieden op de bevindingen uit het JBI. Heel wat aspecten van het schoolbeleid en de schoolwerking kwamen in een nieuw licht te staan.
Scholen in beweging
De beweging die op gang werd gebracht, was opvallend. De gelegenheid werd gebruikt om het gangbare schoolgebeuren kritisch, maar met een open geest en met respect voor vroegere realisaties te bekijken en om de noden aan te kaarten. Er kwam een hele ijsberg boven water. Teams zochten op een opbouwende manier naar kansen.
Enkele voorbeelden van bewegingen die ontstonden in scholen uit de resonansgroep:

 

  • Door de integratie van het JBI in de activiteiten van de school zullen de onthaaldagen in de eerste week van september er heel anders uitzien. De vragenlijst die de school al lang gebruikt, wordt vervangen door de vragen van het talentenboekje van het JBI. Na verloop van tijd wil de school de screening bovendien herhalen.
  • De observatielijst uit het JBI wordt van bij het begin van het schooljaar gebruikt bij de opdrachten van het JBI, maar ook (later) bij andere schoolse activiteiten. De observatielijst (o.a. voor sociale competenties) is een stimulans om meer aandacht te besteden aan groepsvorming en groepsactiviteiten. De integrale opdrachten en de assessmentsituaties verlangen immers samenwerking tussen de leerlingen.
  • Leertrajecten kunnen aan de hand van de bevindingen van het JBI nu beter uitgetekend worden op maat van de leerling. Dat betekent gefundeerde differentiatie i.p.v. eenheidsworst.
  • Het JBI geeft stimulansen om vaker en bewuster naar de sociaal-emotionele aspecten van de leerlingen te kijken en die mee(r) te waarderen.
  • Het JBI kan ook de leerlingenparticipatie verhogen. Uit het ongenoegen over een lage participatie van de leerlingen van het eerste jaar S.O. ontstaat het voorstel om de leerlingen tijdens het tweede trimester zelf een spelopdracht te laten ontwikkelen die één van de assessmentsituaties uit het JBI kan vervangen.  De eerstejaars weten immers goed wat nieuwkomers bezighoudt en welke noden ze hebben in een nieuwe school. Zo’n spelopdracht kan bijvoorbeeld een combinatie zijn van ‘Cluedo’ en een  fotozoektocht binnen de schoolcontext.
  • De leerlingen zorgen zelf voor de opdrachten, de foto’s en de spelorganisatie. Ze krijgen binnen het vak Nederlands tools aangereikt aan de hand van een dossier ‘Hoe maak ik een spel?’. Op deze manier krijgen de leerlingen participatie binnen het geheel van het JBI. Een grotere leerlingenparticipatie op school zou ook zichtbaar moeten worden in de aanwezigheid van eerstejaars in de leerlingenraad - wat momenteel in sommige scholen niet het geval is - en in tal van andere activiteiten, los van het JBI.
  • Het JBI steunt leerkrachten in hun overtuiging dat er veel breder naar leerlingen gekeken moet worden dan nu het geval is. Niet enkel de cognitieve prestaties, maar ook de socio-emotionele en de muzische kant moeten op een volwaardige manier in kaart gebracht worden.
  • Een zeer betrokken leerkracht wil ook de teamwerking bij de leraren optimaliseren. Andere leerkrachten focussen op de aanpassing van het aanbod en de leeromgeving aan de noden en de visie. De klasinrichting is dringend aan herziening toe.
  • De resultaten die het JBI levert, zullen gebruikt worden bij de klassenraden, die daardoor beter zullen functioneren. Hetzelfde geldt voor oudercontacten. De leerling participeert mee in de beeldvorming. Hij krijgt een stem. Op die manier beschikken leerkrachten al bij het begin van het schooljaar over veel meer gegevens i.v.m. de identiteit, de interesses en de competenties van de leerlingen. De eerste klassenraden van een schooljaar kunnen daardoor zinvoller verlopen. Ze zijn niet langer gebaseerd op een klein aantal cognitieve toetsresultaten.
  • Het JBI biedt de leerkracht ook kansen tot zelfreflectie en geeft in het uitgebreid lerarendeel veel achtergrondinformatie mee. Leerkrachten maken zelf een leerproces door.
  • De vragen en de instructietaal van het JBI zijn door hun eenvoud en bondigheid erg toegankelijk voor jongeren. Waar nodig worden woorden omschreven. Zo kan het instrument ook functioneel zijn binnen het taalbeleid op school.

Met een frisse blik
Samengevat is het JBI in eerste instantie een instrument dat de beginsituatie van de leerlingen in beeld brengt, dat een traject uittekent en ondersteuning biedt op maat, maar het is ook een stimulans om dingen te (her)bekijken en waar nodig te verbeteren op het niveau van de school en van de leraren. Het JBI zal geïmplementeerd worden binnen de reflectie, de visievorming en de uitvoering van het hele opvoedingsproject, met focus op welbevinden van de leerlingen bij de overgang van basisonderwijs naar eerste jaar S.O., op meer leerlingenparticipatie en op een bredere kijk naar jongeren.
Team Breed evalueren Steunpunt GOK (Bart Deygers, Erik D'haveloose, Ludo Heylen, Lucia Luyten, Leen Pil, Eva Verstraete)
Redactie: Leen Pil
 

      

Verdere informatie



Auteur(s):
SGOK

Categorie

Documenten